In februari 2010 had Albert Heringa de moed om in de documentaire De laatste wens van Moek te vertellen hoe hij zijn 99-jarige moeder hielp sterven door haar dodelijke medicijnen te verstrekken. Moek, die haar leven voltooid vond, had niet de mogelijkheid om op een voor haar menswaardige wijze zelf een einde aan haar leven te maken en kon geen arts vinden die haar wilde helpen.
Albert Heringa is geen uitzondering. Hulp bij zelfdoding door familieleden en andere naasten komt regelmatig voor. Vrijwel altijd vindt de hulp in het diepste geheim plaats, omdat hulp bij zelfdoding in Nederland – in tegenstelling tot de ons omringende landen – strafbaar is gesteld in art. 294 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht. Maar nog vaker kunnen of durven naasten hun ouder, kind of vriend niet te helpen omdat de vraag om hulp bij zelfdoding eenvoudigweg te groot is. Niet zelden zijn zij getuige van mensonwaardige sterven en zelfdoding en moeten zij verder leven met deze beelden voor ogen.
Ruim tweeënhalf jaar nadat Albert Heringa zijn verhaal vertelde, liet het OM weten dat Albert Heringa vervolgd gaat worden voor de hulp die hij gegeven heeft. Op 15 januari 2012 was de regiezitting.
Om te laten zien dat hij er niet alleen voor staat, maar ook om het taboe op hulp bij zelfdoding door niet-medici te doorbreken en de discussie over de laatstewilpil wederom op gang te brengen, wil ik mijn persoonlijke verhaal en mening hier met u delen.
Bekijk hier de uitzending van 5 september van Een Vandaag met Albert Heringa en zijn advocaat Willem Anker.
Op 21 februari presenteerden leden van diverse politieke partijen ondersteund door prominente Nederlanders Manifest 294, hiermee hebben ze zich verenigd tot één doel: het schrappen van artikel 294, lid 2 Wetboek van Strafrecht, dat hulp bij zelfdoding strafbaar stelt. Klik hier voor het Manifest 294
Ingezonden brieven
Geachte Tweede Kamerleden,
Hierbij deel ik U mede dat ik lid ben van de NVVE.Daar vertelde men mij
dat ik U mijn verhaal zou moeten schrijven:IK ben80 jaar en heb
een cognitieve stoornis die onbehandelbaar is.Mijn hersens verdwijnen.
Ik zal dus als een kwijlend,onbekwaam figuur ergens weg moeten kwijnen.
Ik wil de middelen hebben zodat ik zelf kan bepalen,wanneer ik uit het
leven wil.Ik dacht dat de mens over de vrije wil beschikte en niet vreemden.
Ik respekteer een ieder die er anders over denkt maar wil mijn eigen
beslissingen zelf nemen.God en geloof heb ik al lang afgezworen.
Oerlemans.m@worldonline.nl
M.Oerlemans-Hoekstra, Apeldoorn
Geachte Tweede Kamerleden,
Ik heb nooit om dit leven gevraagd. Niettemin ben ik nu 71 jaar. Ik heb een moeilijk leven achter de rug, dat begon in Soerabaya. Met ruim 3 jaar internering door Japan. De rest van mijn leven is niet gelukkiger gewor- den. Dat zou een te lang verhaal worden om op te schrijven. Ik heb het naar mijn mening lang volgehouden. Mijn broer heeft zich op 23 jarige leeftijd al gesuïcideerd. Hij was één jaar ouder dan ik. Nu ben ik op het punt dat ik het genoeg vind. Point of no return. Toekomst heb ik niet meer. In tijd niet, maar vooral ook psychisch niet. Ik ontdekte dat ik zelfs in mijn kleinkinderen geen reden meer zag om hier langer te zijn. Ik ben zo moe. Graag wil ik mijn broer nu volgen. Stiekem verzamel ik medicijnen, maar het moet toch anders kunnen. Dit maakt zo eenzaam en wanhopig. Helpt u mij alstublieft!!
Het scheelt de Staat toch ook veel geld als mijn plaatsje open valt.
Met vriendelijk groet,
Ineke Rusch
Ineke Rusch, Groningen