Euthanasie in uw omgeving:
wat is uw verhaal?

Onze oproep om uw verhalen rondom euthanasie in uw directe omgeving te delen, leverde binnen de kortste keren 148 reacties op. U heeft indrukwekkende verhalen aangeleverd die getuigen van betrokkenheid, warmte en van dankbaarheid over de manier waarop aan naasten ondanks vaak trieste omstandigheden een waardige oplossing kon worden geboden. De NVVE heeft de verhalen inmiddels gedeeld met de SGP, die op zoek was naar reacties om zodoende een vollediger beeld te krijgen van de huidige toepassing van euthanasie in Nederland. Wij hopen dat deze verhalen daartoe bijdragen.

Hartelijk dank voor uw medewerking.


Ingezonden brieven

Geachte Tweede Kamerleden,

Beste mensen,

Ik heb de afgelopen vier jaar 8X kankeruitzaaiingen gehad vanuit een HCC in de lever, ik heb vier operaties gehad. Bij de eerste operatie is de lever voor 65% verwijderd, bij de tweede maal is er een ei uit de buikholte gehaald. De derde maal zat de tumor in de twaalfvingerige darm zo verweven dat de chirurg alleen een nodepicking heeft gedaan en het had opgegeven voor dat moment. De vierde maal heeft de chirurg het toch weer geprobeerd om de tumor te verwijderen uit de twaalfvingerige darm en deze keer lukte het wel .
Tussen de tweede en derde operatie heb ik twee maal een RFA behandeling gehad en een Cyberknife behandeling in de long .
Wat je dus ook regelmatig hebt met je gezin is dat je de dood regelmatig voor ogen ziet.
Qua uiterlijk en conditie zie ik er nog steeds goed uit.

Wat ik absoluut niet wil is dat als de kanker definitief zou toeslaan, ik een lang sterfbed en uitgemergeld door een chemo afscheid moet nemen van mijn dierbaren en andersom.
Mijn wens is dat op het juiste moment en geloof me ”dat is al een heel eind
op weg naar mijn einde” ik waardig en in goed overleg met mijn dierbaren afscheid mag nemen van het leven zodat het voor hun een mooie herinnering blijft waar iedereen mee kan leven.

Waar ik met alle respect niet bij kan is dat een relatief kleine groep mensen zoveel invloed op het levenseinde van een grote meerderheid wil hebben.
Ik zou zeggen “hoe durft u”
Ik laat u in uw waarde en ja dat eis ik ook van u, SGP.

Het mooie is dat sinds ik van heelkunde was doorgestuurd naar oncologie omdat er een snel groeiende tumor die na de laatse operatie weer opdook (4cm in het oude gedeelte van mijn lever)deze momenteel stil staat en ietwat slinkt zonder medicatie en dit zonder geloof, ik geloof alleen in mezelf en de artsen.

Tjeerd van Eijk 60 jaar
Ik heb een vrouw van 54 jaar, dochters van 29, 26 en 20 en een zoon van 23, dit gouden team onderschrijft ook deze tekst.

T.van Eijk, Rotterdam

Geachte Tweede Kamerleden,

Ik wil u laten weten, dat ik heel blij ben dat er een mogelijkheid bestaat voor euthanasie.
Mijn man had 10 jaar geleden, nadat hij net met pensioen was 60 jaar, te horen gekregen dat hij een hersentumor had in de ergste gradatie, hij heeft toen direct een wilsverklaring gemaakt en deze in het ziekenhuis en bij de huisarts besproken.
Hij wilde absoluut niet dusdanig aftakelen, zodat hij in een verpleeghuis terecht zou komen, zijn vooruitzicht was maximaal 2,5 jaar.
Hij is geopereerd en heeft bestralingen en chemo gekregen, dit heeft bij hem dusdanig aangeslagen, dat hij pas na 6 jaar een nieuwe hersentumor heeft gekregen.
Het ziekenhuis had n 3 jaar, toen hij nog leefde, de tumor opnieuw laten onderzoeken, maar zij kwamen tot de zelfde diagnose.
Hij heeft dus heel erg geboft, dat hij zonder veel klachten nog bijna 10 jaar heeft gehad.
Nadat de 2e hersentumor, die niet geopereerd kon worden, heeft hij weer bestraling en chemo gehad, dit heeft niet goed meer aangeslagen, dus hij kreeg steeds meer klachten.
Maart 2016 heeft hij hele zware epileptische aanval gehad, zodat hij van de 3 dagen niets meer wist, hij ging toen steeds verder achteruit.
Op het laatst begreep hij de TV niet meer, kon niet lezen, het praten ging ook steeds slechter, lopen ging ook al veel slechter en zo waren er nog wat klachten.
Hij heeft toen het besluit genomen, dat hij euthanasie wilde, dankzij de dexamethason, waardoor het vocht weer even iets minder werd in zijn hoofd, heeft hij de huisarts, waar hij al jaren iedere keer meegesproken had en de scanarts zijn wens nog heel duidelijk kunnen maken.
Natuurlijk wilde ik hem niet missen, maar ik ben de huisarts, de neuroloog en de scanarts heel erg dankbaar dat hij op 15 september 2016 in goede harmonie afscheid van ons heeft kunnen nemen.

Ik wil u dit laten weten, ondanks dat wij hem nog dagelijks missen, zijn wij heel blij dat hij, zonder nog verder af te takelen euthanasie mocht krijgen.

Francisca Dahmen, Den%20Haag

Geachte Tweede Kamerleden,

Een leven met normale ups en downs. Dat had mijn beste vriendin. Ze stond pal voor haar verantwoordelijkheden met gezin, familie, vrienden en werk.

Tien jaar geleden kreeg zij de mogelijkheid om met vervroegd pensioen te gaan. Ze was 60. Financieel moest ze wat inleveren, maar de unieke kans deed zich voor om nu eindelijk eens wat meer ruimte te krijgen voor al die zaken waar zij nooit aan toe was gekomen. Ze had veel plannen en samen fantaseerden we over nog veel meer mogelijkheden voor de toekomst. Maar juist toen dat ook werkelijk gerealiseerd kon worden kwam de klap. Vergevorderde longkanker.

Mijn vriendin was een nuchtere vrouw. Zij besloot in te gaan op een behandeling die symptomen zou kunnen verlichten en het leven misschien nog wat zou kunnen verlengen zodat zij haar jongvolwassen dochter nog wat langer zou kunnen begeleiden en volgen. Tegelijkertijd zette zij een traject in om euthanasie mogelijk te maken en een extreme lijdensweg door benauwdheid, bijwerkingen van medicatie en andere ontluisterende omstandigheden een halt te kunnen toeroepen op een door haar zelf gekozen moment. Zij wilde niet eindigen met geleidelijke verstikking of in slaap worden gebracht terwijl haar intieme kring in machteloze eenzaamheid naast haar bed zou zitten wachten tot de verlossing zou komen. Zij wilde regie houden over haar eigen leven en haar eigen dood en wilde het tijdstip waarop zij zou overlijden zelf kiezen en zo mogelijk ook bewust meemaken.

De behandeling sloeg niet aan. De chemotherapie gaf geen verlichting. In overleg met de artsen werd deze al spoedig gestaakt. Het was geen bijdrage. Integendeel, de bijwerkingen waren zwaar en putten haar verder uit. Na de diagnose leefde zij nog zes maanden. Mijn vriendin sprak met velen uit haar omgeving over het verleden, over wat haar overkwam en hoe het verder zou moeten als zij er niet meer was. Toen zij zonder hoofdhaar, met zuurstoftank in een – op haar verzoek in haar eigen huiskamer geplaatst – ziekenhuisbed terecht kwam, koos zij ervoor deze volgende fase in een wat kleinere kring van intimi voort te zetten. Met familie en goede vrienden werd gezamenlijk gegeten, er werd gerouwd en er werd ook gelachen. Veel verhalen en anekdotes passeerden de revue. Vanaf haar vroege jeugd, het leven langs, tot aan de dood. En – als het dan toch moest – hoe ze die het liefst zou willen hebben.

De benauwdheid en het ongemak namen verder toe. Het eten ging niet goed meer en emotioneel was het zwaar. In alle nuchterheid, maar niet zonder verdriet vroeg zij zich af wat nu wijsheid was voor zichzelf, maar ook voor haar dochter en de naaste omgeving. In de laatste weken wisselden familie en vrienden elkaar af om bij haar te blijven slapen en hulp te bieden waar dat nodig was. Toen het weer een keer mijn beurt was werd ik midden in de nacht wakker en zag ik mijn vriendin als een kreupele – diep gebogen en rochelend – door de gang strompelen, terug van het toilet. Nauwelijks nog in staat om te ademen. Zij kon niet meer. Ik hielp haar in bed en belde de doktersdienst. De dienstdoende arts stelde haar voor om haar naar het ziekenhuis over te brengen om daar te sterven. Maar dat wilde ze niet. Het einde was gekomen en daar ter plekke, zo stelde zij. Daar, in haar eigen huis. Haar huisarts kwam die ochtend in alle vroegte. Alle mogelijke scenario’s waren gedurende de voorgaande maanden frequent en tot in detail met deze huisarts doorgesproken. Uiteraard was er in die periode ook een SCEN arts geweest die geen enkele twijfel liet over het terechte en legitieme karakter van deze euthanasievraag. Het al eerder vastgestelde tijdstip werd vervroegd met voldoende ruimte voor de huisarts om het noodzakelijke te regelen en om de dierbaren van mijn vriendin – zoals afgesproken – in te lichten en bijeen te roepen. Dat het nu toch eerder was gekomen werd afgedwongen door de omstandigheden en door de wens van mijn vriendin hierin zelfbeschikkend en bepalend te willen zijn. Wij, familie en vrienden, hebben haar lijdensweg van dichtbij aanschouwd. Dat te zien en mee te maken maakte het niet moeilijk om ons als eenheid achter haar wens te scharen, hoe verdrietig en lastig dat ook was. Op het gekozen tijdstip was er nog de ruimte voor een mooi en intiem afscheid. Mentaal is mijn vriendin tot het laatste moment gebleven wie zij was. Nuchter en gevoelig tegelijkertijd. Fysiek was ze uitgeteerd. Op.

Met een paar van ons deden we haar uitgeleide. Er waren tranen maar er was ook opluchting. Haar lijden was voorbij. Zij wilde het zo. Wij wilden het allemaal zo. Ze overleed in overtuiging en rustig. De arts was bekwaam en handelde professioneel. De wetgeving werd in het hele traject zorgvuldig gevolgd. De liefde van deze arts voor haar vak, voor haar patiënten en voor menswaardigheid waren evident aanwezig. Zij gaf mijn vriendin wat ze nodig had en wenste. Zij hielp haar patiënte bij een bewust gemaakte keuze voor een volwaardig en humaan einde aan een leven dat geen perspectief meer bood en alleen nog desastreus kon eindigen.

Het was niet makkelijk dit mee te maken. Voor geen van de aanwezigen. Maar wat viel er veel te leren van deze wijze vriendin, van haar arts en van de ruimte die wetgeving kan bieden om op een zuivere manier te beschikken over het eigen leven en de eigen dood. Dat is wat ook ik wil. Voor mijzelf en voor iedereen die daarvoor kiest. Niet alleen bij ongeneeslijke ziekte maar ook bij een niet te helen bestaan en een voltooid leven. Niet hoeven grijpen naar risicovolle methodes die in een poging tot zelfbeschikking het lijden nog kunnen vergroten.

Anoniem, Amsterdam

Geachte Tweede Kamerleden,

Het trieste einde van een mooi leven van mijn vader
Mijn vader is overleden op 1 oktober 1988 op 76 jarige leeftijd. Ik wil graag vertellen op wat voor trieste wijze het laatste jaar van zijn leven is verlopen.
Mijn vader was een liefhebbende, vriendelijke vader gedurende zijn leven. Hij had een eigen tulpenbedrijf en verbouwde daarnaast aardappelen en groeten. Hij heeft een gelukkig en fijn huwelijk gehad met zijn vrouw, onze moeder.
Helaas begon op zijn 65ste jaar het dementieproces. Uiteraard is dit een langzaam en geleidelijk proces geweest. In 1983 kende hij mij niet meer, ik was zijn jongste dochter. Hij zei vaak: ik vind je een lief vrouwtje maar ik weet niet wie je bent. In die tijd had hij regelmatig last van hallucinaties waarbij het grote angsten had. Hij gaf altijd aan dat hij niet meer wilde leven als hij zich niets meer zou kunnen herinneren. In die tijd was het nog niet zo bekend dat je dat soort wensen op schrift zou moeten zetten en moest bespreken met je huisarts. Euthanasie was nog niet zo bekend en bespreekbaar zoals het nu is.
Mijn moeder heeft mijn vader altijd liefdevol verzorgd en wij hoorden pas na zijn overlijden hoe moeilijk het leven met hem soms voor haar was.
In oktober 1987 moest mijn vader voor een beenamputatie naar het ziekenhuis. Wij spraken af met de chirurg dat, indien er iets zou gebeuren tijdens de operatie, hij niet gereanimeerd zou worden. Zonder ons medeweten, werd besloten om de operatie met een lumbaal verdoving te laten plaatsvinden, zodat de risico’s van een totale narcose werden omzeild. Mijn vader zijn been is er dus afgezaagd terwijl hij bij kennis was, een zeer traumatische ervaring voor hem.
Na zijn beenamputatie kon mijn moeder de zorg niet meer voor hem realiseren dus werd hij opgenomen in een verpleeghuis. Dit heeft negen maanden geduurd. Een vreselijke, angstige tijd voor mijn vader en heel veel verdriet voor mijn moeder en ons, zijn kinderen.
Mijn vader verbleef op een gesloten afdeling. Hij zat vastgebonden in een rolstoel waar hij zeer regelmatig mee viel omdat hij op wilde staan. Regelmatig zat hij onder de blauwe plekken hierdoor. Hij verbleef op de tweede etage maar als wij de voordeur van het verpleeghuis inkwamen hoorden wij hem al schreeuwen en gillen. Hij at de asbakken leeg en de modder uit de plantenpotten. Ook at hij zijn eigen ontlasting op als hij zich bevuild had in zijn bed. Een mensonwaardige situatie.
Wij bespraken de onrust van mijn vader regelmatig met de verpleeghuisarts. Mijn moeder, een diep gelovige vrouw, zei dat God dit toch nooit gewild zou hebben. Het antwoord van de arts was verbijsterend: Mevrouw heeft u er weleens aan gedacht dat dit misschien het werk van de duivel kan zijn. Wij hebben onze moeder nooit meer meegenomen naar de gesprekken aangezien dit te erg voor haar was.
Zelf hebben we vele gesprekken met de arts gehad, steeds met de vraag om kalmerende medicatie voor te schrijven aan onze vader. De arts was bang dat mijn vader dan bedlegerig zou worden en mogelijk een longontsteking zou ontwikkelen. Na vele gesprekken werd uiteindelijk het besluit genomen om medicatie in te zetten. En mijn vader kreeg een longontsteking waar hij een week later door kwam te overlijden. Dat was een feest, rust voor onze lieve vader.
Wij, zijn kinderen, hebben vaak bij zijn bed gestaan met het idee om een kussen op zijn hoofd te drukken. Wij hebben sterk overwogen om onze vader mee naar huis te nemen en hem voeding en drinken te onthouden waardoor het verstervingsproces zou kunnen starten.
Alles bedacht uit liefde voor deze man en wanhoop van zijn vrouw en kinderen.

Ik hoorde laatst een dominee zeggen: “God heeft ons het leven vanuit liefde geschonken, wij mogen het vanuit liefde aan hem teruggeven”. Was dat voor mijn vader maar mogelijk geweest.

Laten we nu die beslissingen nemen die maken dat respectvol leven mogelijk is maar ook respectvol sterven.

Riet Vis, Hoorn

Geachte Tweede Kamerleden,

Graag wil ik hier getuigen van het in mijn ogen buitengewoon grote belang van de mogelijkheid om te besluiten tot actieve euthanasie.

Mijn partner en echtgenote, Edy W. Rodrigues Pereira-Eland heeft een periode van ruim een jaar in toenemende mate last gehad van ernstige pijn, waarvan pas na lange tijd definitief duidelijk was, dat dat veroorzaakt was door (uitzaaiingen van) kanker.
In dat stadium was direct duidelijk, dat er geen curatieve therapie meer was, die een redelijke kans gaf op verlenging van het leven, laat staan herstel.
Voor haar was van groot belang, om de haar resterende tijd op een waardige manier in het leven te kunnen blijven staan.
Veel respect heb ik en de vele dierbaren om haar heen voor het feit, dat zij de moed heeft gehad te besluiten geen curatieve therapie te ondergaan, wat haar de mogelijkheid heeft gegeven om ook die laatste korte periode van haar leven een menswaardig bestaan te hebben.
En ik beschouw het als een zegen, dat wij in dit land de mogelijkheid hebben voor onszelf te bepalen, dat, als dat leven niet meer menswaardig is en het lijden ondraaglijk is geworden, dat dat leven dan niet onnodig verlengd behoeft te worden.
Met de hulp van haar buitengewoon goede huisarts en de overige betrokkenen, is zij op 6 juni jl. in aanvaarding en vrede overleden.
Laat voor hen, die dat droeve lot treft, alstublieft die mogelijkheid bestaan

Jaap Rodrigues Pereira, Rotterdam

Geachte Tweede Kamerleden,

Waarom zelf voor God spelen ??

We hebben een eigen vrije wil gekregen en niet voor niets lijkt mij. God zal niet oordelen want dan zou een vrije wil geen zin hebben gehad !! laat iedereen zelf beslissen en bemoei je er niet mee. Dat het zorgvuldig moet gebeuren lijkt mij duidelijk en dat gebeurd hier ook in Nederland.
Een goede vriend had pancreas kanker en binnen 3 maanden was het niet meer dragelijk. Hij had alles goed geregeld en heeft alles met zijn gezin goed kunnen voorbereiden en iedereen was daar blij mee. Waarom tot het gaatje gaan als je dat niet wilt ?? We leven in een democratie dacht ik, je hele volwassen leven word je geacht voor jezelf te zorgen, alleen als je dood wilt neemt de overheid of kerk het van je over, te gek voor woorden.
Ik hoop dat de tweede kamerleden niet over leven en dood gaan beslissen, het lijkt erop dat we, alleen als we mogen kiezen een democratie hebben, daarna wordt het weer heel snel een bureaucratie. Geen referendum en als we die dan een keer wel hebben wordt eroverheen gewalst, z.g.n. voor het algemeen belang, te triest voor woorden ! Jullie zijn ervoor ons en niet andersom en het lijkt erop dat vele ambtenaren dat volledig zijn vergeten of niet willen weten !!
Succes met de besluitvorming, God sta ons bij !!

Marian Schulze, Bennebroek

Geachte Tweede Kamerleden,

Mijn ervaringen met euthanasie.

Ik wil graag mijn positieve ervaring over euthanasie van mijn moeder met U delen.
Mijn moeder was een ontwikkelde vrouw, ze is op 93 jarige leeftijd in mei 2017 overleden, door euthanasie, zeer bekwaam en menswaardig uitgevoerd door arts en medewerker van de Levenseinde kliniek. Alle gesprekken en vooraf gaande bezoeken waren zeer integer, zorgvuldig en gedegen onderzoek volgde naar haar wens om haar leven te beëindigen. Ik heb het contact als bijzonder warm ervaren en heb diep respect voor hun integere handelswijze, zowel naar mijn moeder als naar ons (de nabestaanden) toe.
Mijn moeder woonde sinds 11 jaar in een woonvoorziening voor visueel gehandicapten, ze was bijna blind en had een matig/gevorderde dementie. Ze was een zeer actieve vrouw, die veel contacten had en beslist niet eenzaam was. Ze was tot het laatst toe zelfstandig en vond het vreselijk door haar gezondheidssituatie de regie niet meer in eigen hand te hebben. Ze was bang, door ervaringen met diep demente familie leden en vrienden, haar eigen identiteit en zelfstandigheid te verliezen. Wat ook langzamerhand gebeurde. Ze had de laatste jaren ook geregeld aangeven, dat ze deze laatste fase niet wilde beleven en het niet erg zou vinden als ze de volgende ochtend niet meer wakker zou worden.
Ik kijk met een goed gevoel terug op het hele proces rondom de euthanasie en het steunt mij en nabestaanden zeer in de rouw verwerking.
Tevens wil ik benadrukken, dat we uit de vele reacties van familie, kennissen en vrienden die op haar begrafenis aanwezig waren en tevens wisten van haar euthanasiewens dit als heel respectvol hebben ervaren.
Ik ben zelf ook groot voorstander van euthanasie en ben blij dat we in een land wonen waar dit na zorgvuldige controle ook mogelijk is, zodat je op een menswaardige manier je leven kan beëindigen.

Carolien Hoogstad.

Carolien Hoogstad, Zwolle

Geachte Tweede Kamerleden,

Enkele maanden geleden ben ik bij het sterven aanwezig geweest bij een vriendin van 74 jaar. Er was geen sprake van ziekte of euthanasie, doch voor haar was er sprake van “voltooid leven”.
Zij vond het leven zwaar, voor haar was het klaar. Zij zag de jaren die nog moesten komen als een carrousel waar ze niet in wilde. Ze had alles beleefd, goede en slechte tijden en voor haar was het klaar.
Niet nóg een lente, nóg een zomer. Zo goed mogelijk heb ik haar begeleid in het laatste jaar, veel gepraat (ook over doorgaan met het leven), haar liefde en aandacht gegeven. Maar ze wilde niet verder. Voor haar was het leven volbracht.

Voor haar kinderen en voor mij was het een moeilijke situatie en nauwelijks goed invoelbaar. We konden haar wens respecteren, ook al waren wij het er niet mee eens. Het was haar goed doordachte wens.

Alles is gegaan zoals mijn vriendin het wilde. Nadat de uitvaart achter de rug was, voelde ik me aanvankelijk opgelucht. Een paar weken later ging ik onderuit. Wat was er veel gebeurd. Hoewel niemand haar op andere gedachten had kunnen brengen, vind ik deze stap voor nabestaanden ongekend confronterend. Hoe je het ook wendt of keert, het is mijns inziens een “nette” manier van suïcide. Beter dan op een gewelddadige manier aan het leven een eind maken. Maar wat heeft het me ook veel gedaan, zo anders dan wanneer iemand terminaal ziek is en op zijn/haar tijd verlost wordt uit het lijden. Mijn vriendin was aan het einde van haar latijn, het leven was klaar, maar voor de nabestaanden was het een moeilijk verteerbare beslissing die ik weliswaar respecteer maar de nabestaanden zijn achtergebleven in ongeloof en onmacht en voor haar kinderen zelfs een gevoel van niet de moeite waard zijn om te blijven leven.
Ik krabbel al weer op, maar het ongemakkelijke gevoel blijft.

Anoniem, Middelburg

Geachte Tweede Kamerleden,

Al 20 jaar geleden heb ik ervaren dat euthanasie een zegen is. Eén van mijn broers kreeg, toen hij 45 jaar oud was, de diagnose ziekte van Kahler. In eerste instantie wilde hij een beenmergtransplantatie. Na onderzoek van broers en zus bleek hij in de gelukkige omstandigheid te verkeren dat zowel een broer als ik “identiek materiaal” hadden en uitermate geschikte donoren zouden zijn. Echter voordat mijn zieke broer het transplantatietraject zou ingaan bleek hij in zijn hele lijf botbreuken te hebben en was transplantatie niet meer mogelijk. Hij wist dus dat hij dood zou gaan en is in overleg met zijn huisarts en natuurlijk zijn echtgenote het euthanasietraject ingegaan. Ik ben bij zijn euthanasie aanwezig geweest. Het was een verdrietige maar ook prachtige ervaring. Ik gun iedereen die in een vergelijkbare situatie verkeert van ganser harte een vredige en mooie euthanasie.

Nel Tijburg, Monnickendam

Geachte Tweede Kamerleden,

Van: M.C. de Haan Datum: 01-07-2017
Tel.: 06-27357885

Betreft: Beeldvorming rond Euthanasie

Geachte heer/mevrouw,

Mijn beide ouders hebben hun leven laten beëindigen door actieve euthanasie.

Mijn vader heeft in november/december 2014 bij volle bewustzijn aangegeven niet meer verder te willen leven. Hij was toen 94 jaar en had na vaststelling van kanker geen uitzicht meer op een dragelijk leven. Na een aantal bloedtransfusies die tijdelijke verbetering brachten raakte hij in een toestand van volkomen afhankelijkheid. Dit gaf bij hem de doorslag ervoor te kiezen niet langer verder te willen leven. Na het nemen van afscheid is hij toen in het bijzijn van zijn kinderen, kleinkinderen en dierbaren op een menswaardige, rustige en vredige manier ingeslapen.

Mijn moeder heeft in maart/april 2016 bij volle bewustzijn aangegeven niet meer verder te willen leven. Zij was toen 89 jaar en had zware COPD. Door verschillende valpartijen had ze diverse botbreuken opgelopen waarvan ze steeds moeilijker herstelde. Tijdens haar laatste verblijf in een revalidatie-verzorgingshuis gaf ze duidelijk aan niet meer te willen revalideren. Het enige wat ze nog wilde was op dezelfde manier als mijn vader stoppen met verder leven. Na uitvoerig overleg is mijn moeder toen in maart terug naar huis gegaan waar we 24 uur per dag verzorging hebben kunnen regelen tot het moment van toestemming voor euthanasie. Ze was inmiddels volledig afhankelijk geworden en kreeg het ook steeds benauwder. Gelukkig kreeg ze begin april toestemming voor euthanasie.
Na het nemen van afscheid is ook zij toen in het bijzijn van haar kinderen, kleinkinderen en dierbaren op een menswaardige, rustige en vredige manier ingeslapen.

Voor mijn zus en mijzelf was het moeilijk om beide ouders in een zo’n korte tijd te verliezen
en om mede te beslissen over hun levensbeëindiging. Toch hebben we er beide een “goed gevoel” over en wilde we onze ouders beslist niet langer laten lijden.

Voor ons is het dan ook duidelijk dat Euthanasie een recht voor ieder mens zou moeten zijn.

Met vriendelijke groet,

M.C. de Haan

M.C. de Haan, Eindhoven

Hieronder kunt u uw positieve ervaring rondom euthanasie schrijven. U mag uw verhaal ook anoniem vertellen. Uw gegevens zullen nooit voor andere doeleinden worden gebruikt of verstrekt worden aan derden.

Geachte Tweede Kamerleden,

Was getekend,

Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

* (U mag ook Anoniem invullen)

*